Noodverlichtingsinstallaties
Noodverlichting is bedoeld te gaan branden c.q. te blijven branden in het geval dat de elektrische stroomvoorziening uitvalt. Het doel ervan is dat mensen een gebouw veilig kunnen verlaten nadat de stroom is uitgevallen. Een tweede belangrijk doel is het aangeven en markeren van vluchtwegen, uitgangen en nooduitgangen in een gebouw. Noodverlichtingsarmaturen zijn uitgevoerd met pictogrammen als ze onderdeel zijn van de vluchtwegaanduiding. Ze hebben geen pictogrammen als ze louter bedoeld zijn voor verlichting. Noodverlichting moet voldoen aan een bepaalde hoeveelheid licht op vloerniveau. In ‘normale’ situaties moet noodverlichting op de grond een verlichtingsterkte realiseren van 1 lux. In speciale gevallen zoals bijvoorbeeld (brand)gevaarlijke ruimtes kan deze eis hoger zijn. Noodverlichtingsarmaturen die zijn aangebracht met vluchtwegaanduiding moeten vluchtwegen aanduiden zoals deze zijn weergegeven op het vluchtplan van het gebouw. Hoe en waar noodverlichting moet worden toegepast zijn vastgelegd in het bouwbesluit, en/of regelgeving van de lokale overheid (brandweer) ten behoeve van afgifte van de gebruikersvergunning.

  • tenminste 1 uur kunnen branden nadat de elektrische stroom is uitgevallen
  • tenminste jaarlijks gecontroleerd op juiste werking
  • batterij tenminste eens per 5 jaar vervangen
  • vluchtwegen moeten tot buiten toe worden aangegeven en verlicht
  • Er zijn twee typen noodverlichting, centraal en decentraal. Centraal, ook wel zwakstroomsysteem genoemd betekent dat de armaturen, qua elektrische stroom, worden gevoed door een zwakstroom kabel verbonden aan een centrale. Als de centrale ‘ziet’ dat in een gebouw of deel van een gebouw de stroom uitvalt dan schakelt de centrale de noodverlichting aan en de eigen accu’s van de centrale leveren de voeding voor de verlichting.
    Decentraal betekent dat op de verlichtingsgroepen van de elektrische installatie (220V) decentrale noodverlichtingarmaturen worden aangesloten. Dergelijke armaturen hebben zelf een batterij en regelmechanisme dat de batterij oplaadt en hem inschakelt als de elektrische voeding wegvalt. Dit soort armaturen wordt ook wel geleverd met testknop waarmee lokaal de goede werking kan worden getest zonder dat de elektrische installatie hoeft te worden uitgeschakeld. Ook zijn deze armaturen leverbaar met zelftester die met een waarschuwingslampje aangeeft als het armatuur (batterij en/of lampje) niet meer goed functioneert.

    De eisen die worden gesteld aan noodverlichtingarmaturen zijn afhankelijk van de functie van de ruimte. Voor toepassing in in sfeervolle en representatieve ruimtes zullen ook decoratieve aspecten belangrijk zijn. In publieke ruimtes kan dat het geval zijn maar dan kunnen ook aanvullende eisen gesteld worden zoals stevigheid en duurzaamheid (vandaalbestendig). In bedrijfsmatige ruimtes zijn esthetische aspecten meestal niet van belang terwijl bijvoorbeeld wel belangrijk zijn: waterdichtheid en explosieveiligheid bij toepassing in fabrieken, opslagruimtes of buiten. Locaties van noodverlichtingarmaturen dienen op bouwtekeningen te zijn aangegeven omdat ze onderdeel zijn van de beveiligingen die voorwaarde zijn voor afgifte van de gebruiksvergunning. Noodverlichtingsinstallaties dienen jaarlijks te worden gekeurd en geïnspecteerd door daarvoor gecertificeerde instanties.

    Elektro Scheppers kan samen met u zoeken naar het juiste noodverlichtingsplan.